Informatie over het woord dissociëren (Nederlands → Esperanto: disocii)

Uitspraak/dɪsoˈsjerə(n)/
Afbrekingdis·so·ci·e·ren
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(hij) dissocieert(hij) dissocieerde
(zij) dissociëren(zij) dissocieerden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat hij) dissociëre(dat hij) dissocieerde
(dat zij) dissociëren(dat zij) dissocieerden
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
dissociërend, dissociërende(hebben) gedissocieerd

Vertalingen

Duitsdissoziieren
Engelsdissociate
Esperantodisocii
Fransdissocier
Spaansdisociar