Informatie over het woord haar (Nederlands → Esperanto: ĝia)

Uitspraak/ɦaːr/
Afbrekinghaar
Woordsoortbezittelijke determinator

Verbuiging

 ManlijkVrouwelijkOnzijdigMeervoud
Nominatiefhaarhaar, harehaarhaar, hare
Genitiefharesharerharesharer
Datiefhaar, harenhaar, harerhaar, harenhaar, haren
Accusatiefhaar, harenhaar, harehaarhaar, hare

Vertalingen

Afrikaanssy
Catalaansseu; seva
Deensdens; dets
Duitsihr; sein
Engelsits
Esperantoĝia
Franssa; son
Hawaiaanskona
Papiamentssu
Portugeesseu; sua
Russischего
Saterfrieshier; hiere; hieren; sien; sin
Swahili‐ake
Thaisของเขา
Westerlauwers Friessyn
Zweedsdess