Informatie over het woord kabouter (Nederlands → Esperanto: gnomo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/kaˈbɑʊ̯tər/
Afbrekingka·bou·ter
Geslachtmanlijk
Meervoudkabouters

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
kaboutertjekaboutertjes

Voorbeelden van gebruik

De kabouter zat op de kast en kamde zijn baard.
Ik geloofde namelijk niet in kabouters.

Vertalingen

Afrikaansaardgees; aardmannetjie; kabouter
DuitsGnom; Erdgeist
Engelsbrownie; gnome; goblin
Esperantognomo
Fransgnome
Papiamentskabouter
SaterfriesGnom; Oolke
Spaansgnomo
Tsjechischskřítek; trpaslík
Westerlauwers Friesierdmantsje