Informatie over het woord kerel (Nederlands → Esperanto: viro)

Uitspraak/ˈkerəl/
Afbrekingke·rel
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudkerels

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
kereltjekereltjes

Voorbeelden van gebruik

„Als we meer van zulke kerels hadden,” merkte hij op, „dan hadden we de oorlog al lang gewonnen.”

Vertalingen

Afrikaansman; manspersoon
Albaneesmashkull
Berbersargaz (ⴰⵔⴳⴰⵣ)
Catalaanshome; mascle
Deensmand
DuitsMann
Engelsbloke; guy
Engels (Oudengels)guma; mann; wer; ceorl; esne
Esperantoviro
Faeröersmannfólk; maður
Finsmies
Franshomme; mâle
Hawaiaanskāne
Hongaarsférfi
IJslandskarlmaður; maður
Italiaansuomo
Jiddischמאַן; מאַנצביל
Latijnvir
LuxemburgsMann
Maleisorang; laki‐laki; lelaki; pria
Noorsmann; kar
Papiamentshòmber
Poolsmąż; mężczyzna
Portugeeshomem; macho; varão
Roemeensbărbat; om
SaterfriesKäärel; Mon
Schots-Gaelischduine; fear
Spaanshombre; macho; varón
Srananman
Swahilimwanamume
Tagaloglalaki
Thaisชาย; ผู้ชาย; บุรุษ
Tsjechischmuž
Turksadam; erkek
Welsdyn
Westerlauwers Friesman
Zweedskarl; man