Informatie over het woord rondzeggen (Nederlands → Esperanto: diskonigi)

Afbrekingrond·zeg·gen
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) zeg rond(ik) zegde rond, zei rond
(jij) zegt rond(jij) zegde rond, zei rond
(hij) zegt rond(hij) zegde rond, zei rond
(wij) zeggen rond(wij) zegden rond, zeiden rond
(gij) zegt rond(gij) zegdet rond, zei rond
(zij) zeggen rond(zij) zegden rond, zeiden rond
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) rondzegge(dat ik) rondzegde, rondzeide
(dat jij) rondzegge(dat jij) rondzegde, rondzeide
(dat hij) rondzegge(dat hij) rondzegde, rondzeide
(dat wij) rondzeggen(dat wij) rondzegden, rondzeiden
(dat gij) rondzegget(dat gij) rondzegdet, rondzeidet
(dat zij) rondzeggen(dat zij) rondzegden, rondzeiden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
zeg rondzegt rond
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
rondzeggend, rondzeggende(hebben) rondgezegd

Vertalingen

Duitsbekannt geben; bekannt machen; überall bekannt geben; weithin bekannt machen
Engelspublicize
Esperantodiskonigi