Informatie over het woord eetkamer (Nederlands → Esperanto: manĝejo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈetkamər/
Afbrekingeet·ka·mer
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk
Meervoudeetkamers

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
eetkamertjeeetkamertjes

Voorbeelden van gebruik

Ik zat in de eetkamer, omdat ik het in het vroege voorjaar zo’n verspilling vind om twee kachels te laten branden.
Bundle gaf hem een arm en samen gingen zij de eetkamer binnen.
Met deze woorden haastte hij zich de deur uit, en heer Ollie begaf zich naar de eetkamer met Kwil op de hand.

Vertalingen

Catalaansmenjador
Deensspisesal; spisestue
DuitsSpeisesaal; Speisezimmer
Engelsdining‐room
Esperantomanĝejo
Faeröersborðstova
Fransréfectoire; salle à manger
Italiaanssala da pranzo
Portugeessala de jantar
SaterfriesIetkoomere; Ietsoal
Spaanscomedor