Informatie over het woord fendiĝi

Woordsoortwerkwoord
Afbrekingfend·iĝ·i

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdfendiĝas
Verleden tijdfendiĝis
Toekomende tijdfendiĝos
 
Voorwaardelijke wijs
fendiĝus
 
Gebiedende wijs
fendiĝu

Actieve deelwoorden
Tegenwoordige tijdfendiĝanta
Verleden tijdfendiĝinta
Toekomende tijdfendiĝonta

Vertalingen

Deensbriste
Duitsaufspringen; bersten; sich spalten
Engelsburst; crack; split
Nederlandsbarsten; bersten; scheuren; splijten
Saterfriesbäärste
Spaanshenderse; resquebrajarse
Westerlauwers Friesspjalte; splite