Informatie over het woord facialgie (Nederlands → Esperanto: vizaĝa neŭralgio)

Uitspraak/fasijɑlˈɣi/
Afbrekingfa·ci·al·gie
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtvrouwelijk

Vertalingen

DuitsGesichtsreißen
Engelsface‐ache; tic douloureux
Esperantovizaĝa neŭralgio
Fransnévralgie faciale
SaterfriesGesichtsrieten