Informatie over het woord richten (Nederlands → Esperanto: direkti)

Uitspraak/ˈrɪxtə(n)/
Afbrekingrich·ten
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) richt(ik) richtte
(jij) richt(jij) richtte
(hij) richt(hij) richtte
(wij) richten(wij) richtten
(gij) richt(gij) richttet
(zij) richten(zij) richtten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) richte(dat ik) richtte
(dat jij) richte(dat jij) richtte
(dat hij) richte(dat hij) richtte
(dat wij) richten(dat wij) richtten
(dat gij) richtet(dat gij) richttet
(dat zij) richten(dat zij) richtten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
richtricht
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
richtend, richtende(hebben) gericht

Voorbeelden van gebruik

Onze geweren zijn op u gericht.
Neem niet de moeite om te richten.
De drie mannen in het elzenbosje richtten hun geweren.
Hij hield de pas in en richtte zijn lorgon op het toneeltje.
Voordat al‐Bashīr zijn toespraak hield, vonden in de Soedanese hoofdstad Chartoem opnieuw protesten plaats gericht tegen de dictator.

Vertalingen

Afrikaansbestuur; rig
Catalaansdirigir
Deensstyrre
Duitsdirigieren; führen; leiten; lenken; richten; steuern
Engelsdirect; steer; address
Esperantodirekti
Faeröersráða; stjórna
Finssuunnata
Fransdiriger
Hongaarsirányít
Papiamentsstür
Portugeesdirigir; encaminhar; gerir; governar; guiar
Roemeensdirecționa; ghida
Saterfriesdirigierje; fiere; gjuchte; stjuure
Spaansdirigir
Tsjechischřídit
Westerlauwers Friesoanstjoere