Informatie over het woord Gebiet (Duits → Esperanto: regiono)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtonzijdig

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefGebietGebiete
GenitiefGebiets, GebietesGebiete
DatiefGebiet, GebieteGebieten
AccusatiefGebietGebiete

Vertalingen

Afrikaansgebied; streek
Catalaansregió
Deensområde; region
Engelsarea; zone; tract
Engels (Oudengels)scir
Esperantoregiono
Franscontrée; région
Latijnregio
LuxemburgsGebitt; Regioun; Géigend
Nederlandsgebied; gewest; landstreek; regio; streek
Portugeesplaga; região; terra
Roemeensregiune
SaterfriesBeräk; Gebiet; Geegend; Gestrich; Region
Spaanscomarca; región
Thaisมณ¥ล
Tsjechischkraj; krajina; oblast; region
Westerlauwers Friesgea; gebiet; hoek; kontrei; lânsdouwe
Zweedsgebit; område; trakt; ängd