Informatie over het woord Rand (Duits → Esperanto: rando)

Uitspraak/rant/
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefRandRänder
GenitiefRands, RandesRänder
DatiefRand, RandeRändern
AccusatiefRandRänder

Voorbeelden van gebruik

Er war dunkel, doch der obere Rand wurde von der tief stehende Sonne flammend rot erleuchtet.

Vertalingen

Afrikaansrant
Catalaansmarge; vora
Deenskant; rand
Engelsbrim; brink; edge; margin; rim; verge
Esperantorando
Finsreuna
Fransbord; lisière
IJslandsegg
Italiaansorlo
Latijnlabrum; limbus; ora
LuxemburgsRand
Nederlandsband; boord; kant; rand; zoom
Papiamentsrant
Portugeesborda
Russischборт
SaterfriesÄgge; Boud; Kaante; Raant; Soom
Spaansborde; linde; orilla
Srananlanki
Tsjechischlem; obruba; okraj
Zweedsrand