Informatie over het woord dringen (Duits → Esperanto: puŝi)

Uitspraak/ˈdrɪŋən/
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) dringe(ich) drang
(du) dringst(du) drangst
(er) dringt(er) drang
(wir) dringen(wir) drangen
(ihr) dringt(ihr) drangt
(sie) dringen(sie) drangen
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) dringe(ich) dränge
(du) dringest(du) drängest
(er) dringe(er) dränge
(wir) dringen(wir) drängen
(ihr) dringet(ihr) dränget
(sie) dringen(sie) drängen
Gebiedende wijs
(du) dringe
(ihr) dringt
dringen Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
dringend(haben) gedrungen

Vertalingen

Catalaansempènyer
Deensstøde
Engelspush; thrust; poke
Engels (Oudengels)scufan
Esperantopuŝi
Faeröersfíra; trýsta
Finstyöntää
Franspousser
Hawaiaanspahu
Italiaansspingere
Jiddischשטופּן
Latijnpellere
Maleisdorong … mendorong; desak … mendesak; dorong; mendorong; tolak
Nederlandsdouwen; dringen; duwen
Noorsdytte; skyve
Papiamentspusha; stot
Poolspchać
Portugeesempurrar; impelir
Roemeensapăsa; împinge
Russischпихать; толкать
Saterfriesdrieuwe; rukje; steete; tringe
Schots-Gaelischbrùth
Spaansempujar
Srananpusu
Thaisจิ้ม; ผลัก; ดัน
Tsjechischtlačit
Westerlauwers Friesdúste; stjitte; triuwe; kringe
Zweedspuffa; stöta