Informatie over het woord Punkt (Duits → Esperanto: punkto)

Uitspraak/pʊŋkt/
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk

Verbuiging

 EnkelvoudMeervoud
NominatiefPunktPunkte
GenitiefPunkts, PunktesPunkte
DatiefPunkt, PunktePunkten
AccusatiefPunktPunkte

Voorbeelden van gebruik

Les war in diesem Punkt sehr eigen.

Vertalingen

Afrikaanspunt
Albaneescak; pikë
Catalaanspunt; punta; randa
Deenspunkt
Engelsdot; full stop; period; point; spot
Esperantopunkto
Finspiste
Franspoint
Hongaarspont
Italiaanspunto
Nederlandsoog; punt; spikkel; stip
Noorspunkt
Papiamentspunto
Poolskropka; punkt
Portugeesponto
SaterfriesPunkt; Tippelke
Spaanspunto
Thaisจุด
Tsjechischbod; místo; puntík; tečka