Informatie over het woord hear (Engels → Esperanto: aŭdi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/hɪə*/
Afbrekinghear

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) hear(I) heared
(thou) hearest(thou) hearedst
(he) hears, heareth(he) heared
(we) hear(we) heared
(you) hear(you) heared
(they) hear(they) heared
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(I) hear (I) heared
(thou) hear(thou) heared
(he) hear(he) heared
(we) hear(we) heared
(you) hear(you) heared
(they) hear(they) heared
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
hearingheared

Voorbeelden van gebruik

She cocked her head sideways to listen, but heard nothing.
Inside, they couldn’t hear him.
Jones, can you hear me?
You have heard the message.

Vertalingen

Afrikaanshoor
Albaneesdëgjoj
Berberssel (ⵙⴻⵍ)
Catalaansoir; sentir
Deenshøre
Duitsanhören; hören
Engels (Oudengels)hyran
Esperantoaŭdi
Faeröershoyra
Finskuulla
Fransentendre
Grieks (Oudgrieks)αἰσθάνομαι; ἀκούω
Hongaarshall
IJslandsheyra
Italiaansudire
Jiddischהערן
Latijnaudire
Luxemburgshéieren
Maleisdengar; mendengar
Nederlandshoren; vernemen
Noorshøre
Papiamentstende
Poolssłyszeć
Portugeesouvir
Roemeensauzi
Russischслышать
Saterfriesfernieme; heere
Schots-Gaelischcluinn
Spaansoír
Srananyere
Swahili‐sikia
Thaisได้ยิน
Tsjechischslyšet
Turksduymak; işitmek
Westerlauwers Frieshearre
Zweedshöra