Informatie over het woord schuld (Nederlands → Esperanto: ŝuldo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/sxɵlt/
Afbrekingschuld
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk
Meervoudschulden

Voorbeelden van gebruik

Hij betaalt liever zijn schulden.
Het aantal huishoudens met schulden is vorig jaar fors gestegen.

Vertalingen

Afrikaansskuld
Catalaansdeute
Deensgæld
DuitsAusstand; Schuld
Engelsdebt
Esperantoŝuldo
Fransdette
Hongaarsadósság
IJslandsskuld
Italiaansdebito
Noorsgjeld
Papiamentsdebe
Portugeesdever; dívida
SaterfriesScheeld; Skeeld
Spaansdeuda
Srananpayman
Tagalogutang
Tsjechischdluh; závazek
Westerlauwers Friesskuld
Zweedsskuld