Informatie over het woord touw (Nederlands → Esperanto: ŝnuro)

Uitspraak/tɑʊ̯/
Afbrekingtouw
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtonzijdig
Meervoudtouwen

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
touwtjetouwtjes

Voorbeelden van gebruik

Vlug daalde hij knoop voor knoop af, het touw stevig vasthoudend.
Aan gindse galg hangt een touw.
Aan lange touwen liet men de lampen naar beneden, waarna men de zekerheid kreeg dat de vier ladders er niet meer waren.
De schipper trok zijn mes en stapte op het eerste touw af.

Vertalingen

Afrikaanskoord
Catalaanscorda
Deensreb; snor
DuitsLeine; Schnur; Seil; Strang; Strick
Engelscord; line; rope; string
Engels (Oudengels)rap
Esperantoŝnuro
Faeröersband
Finsköysi
Franscorde
Hawaiaanskaula; kāwelewele
Hongaarskötél
IJslandstaug
Jiddischשטריק
Latijnceruchus; funis; chorda
LuxemburgsSeel
Maleistali; tampar
Noorsreip; tau; rep
Papiamentskabuya; liña
Poolssznur
Portugeescorda; espia
Russischверевка; верёвка
SaterfriesBeend; Liene; Roop; Seel; Snuur; Strange
Schots-Gaelischròpa
Spaanscuerda
Sranantitey
Swahiliuzi
Thaisเชือก
Tsjechischlano; provaz
Welsrhaff
Westerlauwers Friestou
Zweedslina; rep; sladd; snodd; snöre; streck