Informatie over het woord bestemmen (Nederlands → Esperanto: destini)

Uitspraak/bəˈstɛmə(n)/
Afbrekingbe·stem·men
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) bestem(ik) bestemde
(jij) bestemt(jij) bestemde
(hij) bestemt(hij) bestemde
(wij) bestemmen(wij) bestemden
(gij) bestemt(gij) bestemdet
(zij) bestemmen(zij) bestemden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) bestemme(dat ik) bestemde
(dat jij) bestemme(dat jij) bestemde
(dat hij) bestemme(dat hij) bestemde
(dat wij) bestemmen(dat wij) bestemden
(dat gij) bestemmet(dat gij) bestemdet
(dat zij) bestemmen(dat zij) bestemden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
bestembestemt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
bestemmend, bestemmende(hebben) bestemd

Voorbeelden van gebruik

Voor wie het zilver was bestemd, wist zelfs de kapitein nog niet.

Vertalingen

Afrikaansbestem
Catalaansdestinar
Deensbestemme
Duitsausersehen; bestimmen; festsetzen; vorausbestimmen; vorherbestimmen
Engelsassign; designate; destine; earmark; ordain
Esperantodestini
Faeröersætla
Fransdestiner
Italiaansdestinare
Papiamentsdestiná
Poolsprzeznaczyć
Portugeesaprazar; destinar; reservar
Saterfriesbestimme; fäästsätte
Spaansdestinar