Informatie over het woord zijn (Nederlands → Esperanto: ĝia)

Uitspraak/zɛɪ̯n/
Afbrekingzijn
Woordsoortbezittelijke determinator

Verbuiging

 ManlijkVrouwelijkOnzijdigMeervoud
Nominatiefzijnzijn, zijnezijnzijn, zijne
Genitiefzijnszijnerzijnszijner
Datiefzijn, zijnenzijn, zijnerzijn, zijnenzijn, zijnen
Accusatiefzijn, zijnenzijn, zijnezijnzijn, zijne

Vertalingen

Afrikaanssy
Catalaansseu; seva
Deensdens; dets
Duitsihr; sein
Engelsits
Esperantoĝia
Franssa; son
Papiamentssu
Portugeesseu; sua
Russischего
Saterfrieshier; hiere; hieren; sien; sin
Swahili‐ake
Thaisของเขา
Westerlauwers Friessyn
Zweedsdess