Informatie over het woord bieten (Duits → Esperanto: prezenti)

Uitspraak/ˈbiːtən/
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) biete(ich) bot
(du) bietest, beutst(du) botest, botst
(er) bietet, beut(er) bot
(wir) bieten(wir) boten
(ihr) bietet(ihr) botet
(sie) bieten(sie) boten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) biete(ich) böte
(du) bietest(du) bötest
(er) biete(er) böte
(wir) bieten(wir) böten
(ihr) bietet(ihr) bötet
(sie) bieten(sie) böten
Gebiedende wijs
(du) biete
(ihr) bietet
bieten Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
bietend(haben) geboten

Voorbeelden van gebruik

Die formelle, im Namen der Mutter geäußerte Begrüßung bot mehr als nur Gastfreundschaft.

Vertalingen

Afrikaansaanbied; bedien; optree; voorstel; presenteer; índien; opvoer
Catalaanspresentar
Deensforestille; præsentere; servere; udføre
Engelsoffer; tender
Esperantoprezenti
Faeröersbera fram; kunna; nevna; vísa
Finsesittää
Fransoffrir; présenter
IJslandskynna
Italiaanspresentare
Nederlandsaanbieden; bieden; doen; indienen; optreden; opvoeren; presenteren; spelen; vertonen; voorstellen; voorzetten; brengen; inbrengen; offreren
Noorspresentere
Papiamentspresentá
Poolsprzedstawiać
Portugeesapresentar; oferecer
Roemeensintroduce; prezenta
Saterfriesanbjoode; apfiere; bjoode; deerstaale; foarstaale
Spaanspresentar; representar; retratar
Thaisถวาย; แนะนำ; ยื่น
Westerlauwers Friesoanbiede; ôfbyldzje; biede; bringe; dwaan
Zweedspresentera