Informatie over het woord hemel (Nederlands → Esperanto: ĉielo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈɦeməl/
Afbrekinghe·mel
Geslachtmanlijk
Genitiefhemels
Meervoudhemelen, hemels

Voorbeelden van gebruik

De sluizen des hemels sloten zich plotseling en de zon scheen even stralend als de dag tevoren.
Het vliegtuig ploegde zijn onzichtbaar spoor langs de tropische hemel.
De hemel zij dank dat het gebeurd is.
De zon stond hoog aan de hemel.
Scharde hief zijn handen ten hemel.
„En nu opstaan, Saksische kinkels,” zei de driftige prins, „want bij ’s hemels licht, nu ik het gezegd heb, zal de Jood tussen jullie zitten!”
Amerikanen zijn er ook van overtuigd dat je in de hemel komt als je je op aarde netjes hebt gedragen en braaf naar de kerk bent gegaan.

Vertalingen

Afrikaanshemel; lug
Catalaanscel
Deenshimmel; himmerig
DuitsHimmel
Engelsheaven; sky
Engels (Oudengels)hefon; heofon; wolcen; heofone
Esperantoĉielo
Faeröershimin; himmal
Finstaivas
Fransciel
Hawaiaansaouli; lani; lewa
Hongaarség; égbolt
IJslandshiminn
Italiaanscielo
Jiddischהימל
Latijnaether; aethra; axis; caelum
Maleislangit
Noorshimmel
Papiamentsshelo; shelu
Poolsniebo
Portugeesalturas; céu; olimpo
Roemeenscer
Russischнебо
SaterfriesHeemel
Schots-Gaelischadhar; iarmailt; speuran
Spaanscielo
Srananhemel; loktu
Thaisท้องฟ้า; ฟ้า
Tsjechischnebe; nebesa; obloha
Westerlauwers Frieshimel; loft
Zweedshimmel; sky