Informatie over het woord ceintuur (Nederlands → Esperanto: zono)

Uitspraak/sɛnˈtyːr/
Afbrekingcein·tuur
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Meervoudceinturen, ceintuurs

Vertalingen

Afrikaansgordel; gord; riem
Catalaanscinturó; cinyell; faixa; zona
Deensbælte; zone
DuitsBereich; Bezirk; Gebiet; Gegend; Gürtel; Landstrich
Engelsbelt
Esperantozono
Faeröersbelti; gjørð; reim
Franszone; ceinture
Grieksζωνάρι; ζώνη; ταινία
Italiaanscintura
Latijnala; copula; zona
Papiamentsfaha; zona
Portugeescinta; cinto; cintura; cós; zona
Russischзона
SaterfriesGäddel; Zone
Spaanscinturón; zona
Thaisเข็มขัด
Turksbölge; kayış; kemer; mıntıka
Westerlauwers Friesgurdle; mulbân
Zweedsbälte; gördel; rem; zon