Informatie over het woord gier (Nederlands → Esperanto: vulturo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ɣiːr/
Afbrekinggier
Geslachtmanlijk
Meervoudgieren

Voorbeelden van gebruik

De andere gieren, dodelijk verschrikt door het lot van hun soortgenoot, vluchtten naar een boom in de verte, waar ze op een tak gingen zitten, als duivels in een conclaaf.
Lijken bedekten de grond en gieren cirkelden door de lucht.
Hoog boven hen hing een gier als een zwarte stip aan het kille blauw van de hemel.

Vertalingen

Afrikaansaasvoël; gier
Catalaansvoltor
Deensgrib
DuitsGeier
Engelsvulture
Esperantovulturo
Faeröersgammur; gripur
Fransvautour
IJslandsgammur
Italiaansavvoltoio
Latijnvultur
Noorsgribb
Portugeesabutre
SaterfriesGaier
Spaansbuitre
Srananopete
Tsjechischsup
Turksakbaba
Zweedsgam