Informatie over het woord route (Nederlands → Esperanto: vojplano)

Uitspraak/ˈrutə/
Afbrekingrou·te
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk
Meervoudroutes, routen

Voorbeelden van gebruik

„Allereerst, doctor Cook,” begon Bigman, „zou ik u willen vragen hoe het mogelijk was dat Urteil bekend was met de route die David en ik volgden.

Vertalingen

Afrikaansroete
Engelsroute
Esperantovojplano
Fransitinéraire
Spaansruta