Informatie over het woord gezicht (Nederlands → Esperanto: vizaĝo)

Uitspraak/ɣəˈzɪxt/
Afbrekingge·zicht
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtonzijdig
Meervoudgezichten

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
gezichtjegezichtjes

Voorbeelden van gebruik

Hij was zwaargebouwd en hij had een rond uitdrukkingloos gezicht met diepliggende bruine ogen.
Hij herkende enkele gezichten.
Hij begon zelfs Boterbasts dikke gezicht ervan te verdenken dat er duistere plannen achter scholen.

Vertalingen

Afrikaansgesig; gevreet; aangesig
Albaneesfaqe; fytyrë
Berbersaxenfuc (ⴰⵅⴻⵏⴼⵓⵛ)
Catalaanscara; semblant
Deensansigt
DuitsAntlitz; Gesicht
Engelsface
Engels (Oudengels)ansien
Esperantovizaĝo
Faeröersandlit
Finskasvot
Fransface; figure; visage
Hongaarsarc
Italiaansfaccia; viso
Latijnfacies; vultus
Maleismuka
Noorsansikt
Papiamentskara
Poolstwarz
Portugeescara; rosto; semblante
SaterfriesGesicht
Schots-Gaelischaghaidh; aodann; gnùis
Spaanscara; rostro
Srananfesi
Swahiliuso
Thaisใบหน้า; หน้า
Tsjechischobličej; tvář
Westerlauwers Friesantlit; gesicht
Zweedsanlete; ansikte; min