Informatie over het woord wind (Nederlands → Esperanto: vento)

Uitspraak/ʋɪnt/
Afbrekingwind
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudwinden

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
windjewindjes

Voorbeelden van gebruik

Wij kunnen niet van de wind leven.
De wind neemt langzaam af en draait dan naar het zuidoosten.
Dat had ook de wind kunnen doen, die in die nacht opgestoken was.
De wind scheen hier niet te komen.
Harde winden hebben de lancering van het voertuig met een diameter van 33,5 meter al meerdere malen uitgesteld.
Er was weinig of geen wind.

Vertalingen

Afrikaanswind
Albaneeserë; frymë
Catalaansvent
Deensvind
DuitsWind
Engelswind
Engels (Oudengels)wind
Esperantovento
Faeröersvindur
Finstuuli
Fransvent
Grieksαέρας; άνεμος
Hawaiaansmakani
Hongaarsszél
IJslandsveður; vindur
Italiaansvento
Jiddischווינט
Latijnanima; ventus
LuxemburgsLoft; Wand
Maleisangin
Noorsvind
Papiamentsbiento; bientu
Poolswiatr
Portugeessopro; vento
Roemeensvânt
Russischветер
SaterfriesWiend
Schots-Gaelischgaoth
Spaansviento
Srananwinti
Swahiliupepo
Tagaloghangin
Thaisลม
Tsjechischvítr
Turksrüzgar
Welsgwynt
Westerlauwers Frieswyn
Zweedsvind