Informatie over het woord inschikken (Nederlands → Esperanto: densiĝi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈɪnsxɪkə(n)/
Afbrekingin·schik·ken

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(hij) schikt in(hij) schikte in
(zij) schikken in(zij) schikten in
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat hij) inschikke(dat hij) inschikte
(dat zij) inschikken(dat zij) inschikten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
schik inschikt in
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
inschikkend, inschikkende(hebben) ingeschikt

Vertalingen

Duitszusammenrücken
Esperantodensiĝi
Portugeesadenar‐se; tornar‐se mais denso