Informatie over het woord koker (Nederlands → Esperanto: ujo)

Uitspraak/ˈkokər/
Afbrekingko·ker
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudkokers

Voorbeelden van gebruik

„En ik”, zei Legolas, „zal alle pijlen nemen die ik kan vinden, want mijn koker is leeg.”
De inkt spatte uit de koker, de pen viel uit mijn hand.
Biggles nam de koker aan, haalde er een sigaret uit en bekeek de koker aandachtig.

Vertalingen

Afrikaansbak; bakkie; pot; tas; emmer
Deensbeholder; potte
DuitsBehälter; Besteck; Krug
Engelscase; container
Esperantoujo
Finssäiliö
Fransbac; baquet
Grieksαγγείο
Grieks (Oudgrieks)ἀγγεῖον
Italiaanscassa; tinozza; vaso
Latijnalveus; olla
LuxemburgsSak
Papiamentspòchi
Poolsnaczynie; pojemnik
Portugeescaixa; continente; jarro; vasilha; vaso
Russischбак
SaterfriesBak; Behoolder; Kruuke; Pulle
Spaanscaja; estuche; jarro; olla
Swahilichombo; mfuko
Thaisกระเป๋า
Westerlauwers Friesbak; doaze
Zweedsskål; stop; så; urna; butelj