Informatie over het woord trog (Nederlands → Esperanto: trogo)

Uitspraak/trɔx/
Afbrekingtrog
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudtroggen

Voorbeelden van gebruik

Je bent niet meer dan een vet zwijn met zijn snuit in de trog.

Vertalingen

Afrikaanstrog
DuitsMulde; Trog
Engelsmanger; trough
Esperantotrogo
Faeröerskrubba; trog
Fransauge
Portugeescocho; gamela; tina
SaterfriesMolle; Troach
Spaansartesa; cangilón; cuezo; gamella