Informatie over het woord blaze (Westerlauwers Fries → Esperanto: blovi)

Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) blaas(ik) blaasde, blies
(do) blaast(do) blaasdet, bliest
(hy) blaast(hy) blaasde, blies
(wy) blaze(wy) blaasden, bliezen
(jimme) blaze(jimme) blaasden, bliezen
(sy) blaze(sy) blaasden, bliezen
Gebiedende wijs
blaas
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
blazend, blazende(hawwe) blaasd, blazen
Infinitief II
blazen

Vertalingen

Afrikaansblaas; waai
Catalaansbufar
Deensblæse
Duitsblasen; pusten; wehen
Engelsblow
Engels (Oudengels)ablawan; blawan
Esperantoblovi
Faeröersblása
Finspuhaltaa
Franssouffler
Hawaiaansulu; unu; pā; pahi; pā makani; papā
Hongaarsfúj
Italiaanssoffiare
Jiddischבלאָזן
Latijninflare
Luxemburgsblosen
Maleisembus … mengembus; meniup; tiup
Nederlandsblazen; waaien; blazen op
Noorsblåse
Papiamentsblas; supla
Poolsdmuchać
Portugeessoprar
Russischдуть
Saterfriesbloasje; waaie
Schots-Gaelischbeum; sèid
Spaanssoplar
Srananbro; wai
Thaisเป่า; พัด
Tsjechischfoukat
Zweedsblåsa