Information about the word tijd (Dutch → Esperanto: tempo)

Pronunciation/tɛɪ̯t/
Hyphenationtijd
Part of speechcommon noun
Gendermasculine
Genitivetijds
Pluraltijden

Usage samples

Mijn tijd moest nog komen.
Je leest geen kranten en kent de eisen des tijds niet.
Hoe is het mogelijk dat zoiets in deze tijden nog kan gebeuren!?
Het is nu niet de tijd om stil te staan bij zijn methode.
Daar had hij geen tijd voor.
Wij nemen u mee op een reis door de tijd.
Phumipon lag de afgelopen zes jaar het grootste deel van de tijd in het ziekenhuis en verschijnt nog zelden in het openbaar.
Het was warm voor de tijd van het jaar.

Translations

Afrikaanstyd
Albaniankohë
Catalantemps
Czechčas; doba; chvíle
Danishtid
Englishperiod; time; while
English (Old English)tid; tima
Esperantotempo
Faeroesetíð
Finnishaika
Frenchdurée; temps
GermanZeit
Greekχρόνος
Hungarianidő
Icelandictíð; tími
Italiantempo
Latintempestas; tempus
LuxemburgishZäit
Norwegiantid
Papiamentotempo; tempu
Polishczas
Portuguesetempo
Romaniantimp; vreme
Russianвремя
Saterland FrisianRik; Sät; Tied; Tiedloang
Scottish Gaelicam; ùine
Spanishtiempo
Srananten
Swahilinafasi; wakati
Swedishtid
Thaiเวลา
Welshamser
West Frisiantiid