Informasie oor die woord plank (Nederlands → Esperanto: tabulo)

Uitspraak/plɑŋk/
Afbrekingplank
Woordsoortselfstandige naamwoord
Geslaghistories vroulik, teënwoordig ook manlik
Meervoudplanken

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
plankjeplankjes

Voorbeelde van gebruik

Wanneer de oorlog afgelopen is, zal ik een nieuwe jonk nodig hebben, dus liet ik de mensen hiervoor beginnen met het zagen van de planken.
Met die woorden stapte hij op het schuurtje toe en begon de voordeur met zware planken dicht te timmeren.
Zonder verder aandringen rende Sabriël de plank over, met Mogget achter zich aan.

Vertalinge

Afrikaansbord; plank
Deenshylde
DuitsBrett; Tafel
Engelsboard; plank
Esperantotabulo
Faroëesfjøl; talva
Finstaulu
Franspanneau; planche
Katalaansplanxa; tauler; taules; tauló
Latyntabula
Papiamentsbòrchi
Portugeesplaca; prancha; tábua
SaterfriesBrääd; Toafel
Spaansplancha; tabla; tablero
Swahiliubao
Sweedsbräde; plank; tilja
Thaiกระดาน
Tsjeggiesdeska; tabule
Wes‐Friesplanke