Informatie over het woord groepstaal (Nederlands → Esperanto: slango)

Uitspraak/ˈɣrupstal/
Afbrekinggroeps·taal
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk
Meervoudgroepstalen

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
groepstaaltjegroepstaaltjes

Vertalingen

Afrikaansargot
DuitsGaunersprache; Slang
Engelsslang
Esperantoslango
Fransargot
Hongaarsszleng
Italiaansgergo
Spaansjerga
Tsjechischhantýrka; slang
Turksargo