Informatie over het woord afweer (Nederlands → Esperanto: defendo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈɑfʋeːr/
Afbrekingaf·weer
Geslachtmanlijk

Vertalingen

Afrikaansafweer
Albaneesmbrójtje
Deensforsvar
DuitsAbwehr; Wehr; Verteidigung
Engelsdefence
Esperantodefendo
Fransdéfense
Italiaansdifesa
Papiamentsdefensa
Portugeesdefesa
SaterfriesOuweer; Weer
Spaansdefensa
Tagalogpagtatanggól
Westerlauwers Friesdefinsje; ferdigening; ferwar
Zweedsförsvar; värn