Informatie over het woord roesten (Nederlands → Esperanto: sidi sur sidstango)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/ˈrustə(n)/
Afbrekingroes·ten

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) roest(ik) roestte
(jij) roest(jij) roestte
(hij) roest(hij) roestte
(wij) roesten(wij) roestten
(gij) roest(gij) roesttet
(zij) roesten(zij) roestten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) roeste(dat ik) roestte
(dat jij) roeste(dat jij) roestte
(dat hij) roeste(dat hij) roestte
(dat wij) roesten(dat wij) roestten
(dat gij) roestet(dat gij) roesttet
(dat zij) roesten(dat zij) roestten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
roestroest
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
roestend, roestende(hebben) geroest

Vertalingen

Esperantosidi sur sidstango