Informo pri la vorto opdragen (nederlanda → esperanto: dediĉi)

Vortspecoverbo
Prononco/ˈɔbdraɣə(n)/
Dividoop·dra·gen

Konjugacio

Indikativo
PrezencoPreterito
(ik) draag op(ik) droeg op
(jij) draagt op(jij) droeg op
(hij) draagt op(hij) droeg op
(wij) dragen op(wij) droegen op
(gij) draagt op(gij) droegt op
(zij) dragen op(zij) droegen op
Subjunktivo
PrezencoPreterito
(dat ik) opdrage(dat ik) opdroege
(dat jij) opdrage(dat jij) opdroege
(dat hij) opdrage(dat hij) opdroege
(dat wij) opdragen(dat wij) opdroegen
(dat gij) opdraget(dat gij) opdroeget
(dat zij) opdragen(dat zij) opdroegen
Imperativo
Singularo/PluraloPluralo
draag opdraagt op
Participoj
Prezenca participoPreterita participo
opdragend, opdragende(hebben) opgedragen

Uzekzemploj

Dit boekje had ik graag willen opdragen aan mijn zoon.

Tradukoj

afrikansospandeer
angladedicate
esperantodediĉi
feroalata; ogna
francaconsacrer; dédier
germanaweihen; widmen; zueignen; dedizieren
hispanadedicar
hungaradedikál; szentel
katalunadedicar
poladedykować; poświęcać
portugalaconsagrar; dedicar; oferecer; votar
saterlanda frizonatou‐oainje; wäie; widmje
svedaägna
tajaทุ่มเท