Informatie over het woord gebroken (Nederlands → Esperanto: rompita)

Woordsoortbijvoeglijk naamwoord
Uitspraak/ɣəˈbrokə(n)/
Afbrekingge·bro·ken

Vertalingen

Afrikaansstukkend; gebreek
Catalaanstrencat
Engelsbroken
Esperantorompita
Spaansentrecortado; roto
Thaisแตกแล้ว