Informatie over het woord rots (Nederlands → Esperanto: roko)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/rɔts/
Afbrekingrots
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk
Meervoudrotsen

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
rotsjerotsjes

Voorbeelden van gebruik

Hij probeerde niet de rots te beklimmen.
Hij sprong van zijn rijdier op de grond en ging achter de rotsen plat op de grond liggen.
Maar zijn tegenstander bleef als een rots staan.
Ik zie vijftien zeehonden die liggen te soezen op een rots.
Hijgend stond ik met mijn rug tegen de rots.

Vertalingen

Afrikaansrots
Berbersazru (ⴰⵣⵔⵓ)
Catalaanspedra; penyal; roca
Deensklippe
DuitsFels; Felsen
Engelsrock
Engels (Oudengels)clif
Esperantoroko
Faeröersfjall; klettur
Finskallio
Fransroc; rocher
Grieksβράχος
Hawaiaanspōhaku
Italiaansroccia
Latijnpetra; saxum
Noorsklippe
Papiamentsbaranka
Portugeesrocha; rochedo
SaterfriesFäls; Steenmasse
Schots-Gaelischcreag
Spaansroca
Sranankrepiston
Thaisหิน
Tsjechischskála
Westerlauwers Friesrots
Zweedsklippa