Informatie over het woord bedanken (Nederlands → Esperanto: danki)

Uitspraak/bəˈdɑŋkə(n)/
Afbrekingbe·dan·ken
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) bedank(ik) bedankte
(jij) bedankt(jij) bedankte
(hij) bedankt(hij) bedankte
(wij) bedanken(wij) bedankten
(gij) bedankt(gij) bedanktet
(zij) bedanken(zij) bedankten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) bedanke(dat ik) bedankte
(dat jij) bedanke(dat jij) bedankte
(dat hij) bedanke(dat hij) bedankte
(dat wij) bedanken(dat wij) bedankten
(dat gij) bedanket(dat gij) bedanktet
(dat zij) bedanken(dat zij) bedankten
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
bedankbedankt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
bedankend, bedankende(hebben) bedankt

Voorbeelden van gebruik

Je behoeft me niet te bedanken.
Graag zouden we onze gastheer hebben gezien en bedankt.

Vertalingen

Afrikaansbedank; dank
Catalaansagrair; regraciar
Deenstakke
Duitsdanken; sich bedanken; verdanken
Engelsthank
Engels (Oudengels)þancian
Esperantodanki
Faeröerstakka
Finskiittää
Fransremercier
Hongaarsköszön
IJslandsþakka
Italiaansringraziare
Noorstakke
Papiamentsgradisí
Poolsdziękować
Portugeesagradecer; dever; render graças a
Roemeensmulțumi
Russischблагодарить
Saterfriesbetonkje; fertonkje; tonkje
Spaansagradecer; dar gracias; dar gracias a
Sranantaki tangi; tangi; tanyi
Thaisขอบคุณ; ขอบใจ
Westerlauwers Friestankje; tanke
Zweedstacka