Information about the word net (Dutch → Esperanto: reto)

Part of speechcommon noun
Pronunciation/nɛt/
Hyphenationnet
Genderneuter
Pluralnetten

Diminutive
SingularPlural
netjenetjes

Usage samples

Ze sleepten hun netten langs de kust en bebouwden hun karig met vruchtbare aarde bedekte velden tot de tijd en het zwoegen hen braken en ze hun beenderen ter ruste legden achter de kleine houten kerk.
Hoe groot is de door het net geleverde energie als de motor 8 uur in bedrijf is?

Translations

Catalanxarxa
Czechmřížka; síť; síťka
Danishnet
Englishnet; network
Esperantoreto
Faeroesenet; nót
Finnishverkko
Frenchfilet; réseau
GermanGarn; Netz
Icelandicnet
Italianrete
Portugueserede; trama
Saterland FrisianNät
Scottish Gaeliclìon
Spanishred
Srananneti
Swahiliwavu
Swedishnät
Turkish
West Frisiannet