Informatie over het woord rand (Nederlands → Esperanto: rando)

Uitspraak/rɑnt/
Afbrekingrand
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudranden

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
randjerandjes

Voorbeelden van gebruik

Hij liet de jongen aan de kant van de kloof lopen en toen ze heel dicht bij de rand waren, gaf hij hem een duw, zodat hij in de diepte stortte.
Dicht bij de rand ging ik liggen en kroop langzaam naar de braamstruik, die ik ongezien bereikte.
Hij ging op de rand van het bed zitten en verwijderde haastig zijn laarzen.
Het huis stond aan de rand van het dorp.

Vertalingen

Afrikaansrant
Catalaansmarge; vora
Deenskant; rand
DuitsGrat; Kante; Rand; Saum
Engelsborder; brim; brink; edge; edging; fringe; margin; rim; verge
Esperantorando
Finsreuna
Fransbord; lisière
IJslandsegg
Italiaansorlo
Latijnlabrum; limbus; ora
LuxemburgsRand
Papiamentsrant
Portugeesborda
Russischборт
SaterfriesÄgge; Boud; Kaante; Raant; Soom
Spaansborde; linde; orilla
Srananlanki
Tsjechischlem; obruba; okraj
Zweedsrand