Informatie over het woord radio (Nederlands → Esperanto: radio)

Uitspraak/ˈradijo/
Afbrekingra·di·o
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtmanlijk
Meervoudradio’s

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
radiootjeradiootjes

Voorbeelden van gebruik

Mogen we de radio gebruiken?
Terwijl hij langs de keuken liep, zag hij daar de bediende Joost glimlachend naast de radio zitten.
Een beuk of eik hoeft niet dik te zijn om in een tijd zonder auto’s, vliegtuigen, radio en televisie geplant te zijn.

Vertalingen

Afrikaansradio
Catalaansràdio
Deensradio
DuitsRadio
Engelsradio
Esperantoradio
Faeröersútvarp
Finsradio
Fransradio
Grieksραδιόφωνο
Hongaarsrádió
IJslandsútvarp
Italiaansradio
Jiddischראַדיאָ
Maleisradio
Noorsradio
Papiamentsradio
Poolsradio
Portugeesrádio
Roemeensradio
SaterfriesRadio
Spaansradio
Sranankonkrudosu
Thaisวิทยุ
Tsjechischrádio; rozhlas
Westerlauwers Friesradio
Zweedsradio