Informatie over het woord voorraad (Nederlands → Esperanto: provizaĵo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈvorat/
Afbrekingvoor·raad
Geslachtmanlijk
Meervoudvoorraden

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
voorraadjevoorraadjes

Voorbeelden van gebruik

Toen namen ze nog een flinke voorraad mee en keerden op hun schreden terug.

Vertalingen

DuitsProviant
Engelsvictuals
Esperantoprovizaĵo
Fransravitaillement; réserve