Informatie over het woord fühlen (Duits → Esperanto: palpi)

Uitspraak/ˈfyːlən/
Woordsoortwerkwoord

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) fühle(ich) fühlte
(du) fühlst(du) fühltest
(er) fühlt(er) fühlte
(wir) fühlen(wir) fühlten
(ihr) fühlt(ihr) fühltet
(sie) fühlen(sie) fühlten
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ich) fühle(ich) fühlte
(du) fühlest(du) fühltest
(er) fühle(er) fühlte
(wir) fühlen(wir) fühlten
(ihr) fühlet(ihr) fühltet
(sie) fühlen(sie) fühlten
Gebiedende wijs
(du) fühle
(ihr) fühlt
fühlen Sie
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
fühlend(haben) gefühlt

Vertalingen

Catalaanspalpar; palpejar
Engelsfeel
Esperantopalpi
Faeröerskáva; nerta; trilva
Franspalper; sentir; tâter
Nederlandsbetasten; bevoelen; tasten; voelen; voelen aan; zitten aan; frutselen; palperen
Papiamentsfula
Portugeesapalpar; palpar; tatear
Saterfriesbefäile; fäile; taaste
Spaanspalpar
Thaisคลำ
Tsjechischhmatat