Informatie over het woord poort (Nederlands → Esperanto: pordego)

Uitspraak/port/
Afbrekingpoort
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachthistorisch vrouwelijk, tegenwoordig ook manlijk
Meervoudpoorten

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
poortjepoortjes

Voorbeelden van gebruik

Is er iemand aan de poort?
Het pad van de poort naar het bouwwerk was volkomen overgroeid.
Met deze gedachte versnelde hij zijn pas, zodat hij al spoedig voor de poort stond.
Open de poort!
Bedoel je dat deze poort gesloten is?

Vertalingen

Catalaansporta
Deensport
DuitsTor
Engelsgate; gateway; portal
Engels (Oudengels)geat; gæt
Esperantopordego
Faeröersgrind
Hongaarskapu
Latijnporta
Papiamentsporta
Poolsbrama
Portugeesportão
Roemeenspoartă
SaterfriesPoute
Schots-Gaelischgeata
Spaansportalada; puerta
Swahilimlango
Tsjechischbrána; branka; vrata
Turkskapı
Westerlauwers Friespoarte
Zweedsport