Information about the word stuit (Afrikaans → Esperanto: resalti)

Part of speechverb

Conjugation

Present tensePast tense
stuit-
Past participle
gestuit

Translations

Dutchaanslaan; afstuiten; opspringen; stuiten; terugspringen; afketsen
Englishbounce
Esperantoresalti
Frenchrebondir
Germanabprallen
Saterland Frisianstoitje
Swedishstudsa
West Frisianôfstuitsje