Information about the word aanbetref (Afrikaans → Esperanto: rilati)

Part of speechverb

Conjugation

Present tensePast tense
aanbetref-
Past participle
aanbetref

Translations

Catalanrelacionar‐se
Dutchaanbelangen; aangaan; betreffen; verkeren; zich verhouden; omgang hebben
Englishconcern
Esperantorilati
Finnishsuhtautua
Frenchconcerner; être en relation avec
Germansich beziehen; verkehren
Papiamentotin di aber ku
Portuguesereferir‐se; ter relação com
Saterland Frisiansik beluuke
Spanishrelacionarse; tener relación
West Frisianoanbelangje