Informatie over het woord betuigen (Nederlands → Esperanto: certigi)

Woordsoortwerkwoord
Uitspraak/bəˈtœʏ̯ɣə(n)/
Afbrekingbe·tui·gen

Vervoeging

Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(ik) betuig(ik) betuigde
(jij) betuigt(jij) betuigde
(hij) betuigt(hij) betuigde
(wij) betuigen(wij) betuigden
(gij) betuigt(gij) betuigdet
(zij) betuigen(zij) betuigden
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(dat ik) betuige(dat ik) betuigde
(dat jij) betuige(dat jij) betuigde
(dat hij) betuige(dat hij) betuigde
(dat wij) betuigen(dat wij) betuigden
(dat gij) betuiget(dat gij) betuigdet
(dat zij) betuigen(dat zij) betuigden
Gebiedende wijs
Enkelvoud/MeervoudMeervoud
betuigbetuigt
Deelwoorden
Tegenwoordig deelwoordVerleden deelwoord
betuigend, betuigende(hebben) betuigd

Vertalingen

Afrikaansseker maak; sertifiseer; verseker
Deensforsikre
Duitsbehaupten; bekräftigen; bestätigen; beteuern; sicherstellen; vergewissern; versichern; zusichern
Engelscertify
Esperantocertigi
Faeröersleggja dýran við; vissa um
Fransassurer; certifier; garantir
Italiaansassicurare
Papiamentssigurá
Portugeesafirmar; assegurar; confirmar
Saterfriesbehauptje; bestäätigje; bestäätigje; bewisje; bewisje; foar weer fertälle
Spaansafirmar; asegurar
Tsjechischzabezpečit; zajistit
Westerlauwers Friesfersekerje; ferwisje
Zweedsbetrygga