Informatie over het woord voorbij (Nederlands → Esperanto: pasinta)

Uitspraak/vorˈbɛɪ̯/
Afbrekingvoor·bij
Woordsoortbijvoeglijk naamwoord

Voorbeelden van gebruik

Die tijd is echter voorbij.
Maar deze nacht was nog lang niet voorbij.
Misschien ontmoeten wij elkaar weer eer alles voorbij is, of misschien ook niet.
De officiële inflatie van Iran is het voorbije jaar bijna verdubbeld.
Nederlanders voor wie de vakantie voorbij is, keren dit weekend terug naar huis.

Vertalingen

Afrikaansafgelope; verlede
Deensforbigangen
Duitsvorig
Engelsover; past
Esperantopasinta
Faeröersfarin; liðin; seinastur
Franspassé
Italiaanspassato
Papiamentspasá
Portugeespassado
Saterfriesfoarich
Spaanspasada
Zweedsförgången