Informatie over het woord park (Nederlands → Esperanto: parko)

Uitspraak/pɑrᵊk/
Afbrekingpark
Woordsoortzelfstandig naamwoord
Geslachtonzijdig
Meervoudparken

Verkleinwoord
EnkelvoudMeervoud
parkjeparkjes

Voorbeelden van gebruik

De zon was ondergegaan en schemer heerste in het uitgestrekte park.

Vertalingen

Afrikaanspark
Catalaansparc
Deenspark
DuitsPark
Engelspark
Esperantoparko
Finspuisto
Fransparc
Latijnhortus
Noorspark
Papiamentspark; parki
Poolspark
Portugeesestacionamento; parque
Roemeensparc
SaterfriesPark
Schots-Gaelischpàirc
Spaansparque
Thaisสวน
Tsjechischpark; sad
Welsparc
Zweedspark