Informatie over het woord sinaasappel (Nederlands → Esperanto: oranĝo)

Woordsoortzelfstandig naamwoord
Uitspraak/ˈsinasɑpəl/
Afbrekingsi·naas·ap·pel

Voorbeelden van gebruik

Sinaasappels rolden alle kanten uit.

Vertalingen

Afrikaanslemoen
Catalaanstaronja
Deensappelsin
DuitsApfelsine; Orange; Pomeranze
Engelsorange
Esperantooranĝo
Faeröersappilsin
Finsappelsiini
Fransorange
Hongaarsnarancs
Italiaansarancia
Noorsappelsin
Papiamentsapelsina; apusina
Poolspomarańcza
Portugeeslaranja
Russischапельсин
SaterfriesAppelsiene
Schots-Gaelischorainsear
Spaansnaranja
Swahilichungwa
Thaisส้ม; สีสม
Turksportakal
Westerlauwers Friessinesappel
Zweedsapelsin; orange